|
In
de vroege middeleeuwen werden de geestelijke de machtigste personen
in Europa. Zelfs de koningen sidderde voor de paus. Wanneer je iets
deed dat de paus stoorde kon hij je in de ban doen. Dit betekende
dat je niet meer in de kerk mocht komen, en dus naar de hel zou
gaan. Als je een koning was, en in de ban gedaan werd, hoefde je
onderdanen je niet meer te gehoorzamen. Een koning deed er
natuurlijk alles aan om onder zo’n ban uit te komen. Vaak ging een
koning dan boete doen, door bijvoorbeeld op kruistocht te gaan. De
koning van Engeland, Jan zonder land, gaf zelfs zijn hele koninkrijk
aan de paus om onder een ban uit te komen. |
Nog meer macht kreeg de kerk toen koningen bisschoppen ging aanstellen als leenheer. De koningen hadden het namelijk soms moeilijk hun leenheren in bedwang te houden. Omdat bisschoppen geen kinderen mochten krijgen konden die niets erven. De stukken land kwamen dus altijd weer bij de koning terug na het overlijden van een bisschop. Om de oude leenheren tegemoet te komen stelde de koning sommige van hun aan als bisschop. De paus protesteerde natuurlijk. De kerk zou zelf moeten bepalen wie er bisschop werd. Er werden zelfs oorlogen over gevoerd tussen de kerk en de adel. |
Uiteindelijk verloor de kerk en kwamen zelfs de pauzen uit de adel. Sommige van hen wisten nauwelijks wat er in de Bijbel staat, en degene die het wel wisten trokken zich daar weinig van aan. Een paus wilde zich bijvoorbeeld laten opvolgen door zijn zoon die hij bij een non had verwekt. Kloosters, die in de vroege middeleeuwen waren opgericht door vrome monniken, werden nu bevolkt door monniken uit de adel. In plaats van te bidden voor de zielen van de bevolking vulde ze hun dagen met feesten. De kerk was zijn geloofwaardigheid kwijtgeraakt, en het zou niet lang meer duren voor de gelovige in opstand zouden komen. |
![]() Veel van onze kerken zijn al in de middeleeuwen gebouwd. Deze middeleeuwse kerk uit de dertiende eeuw staat in Sedum. |
![]() Feestende monniken aan het eind van de middeleeuwen.R |