|
De belangrijkste drijfveer voor de
mensen uit de middeleeuwen was religie. In het Midden-Oosten en
Noord-Afrika kwam de islam opzetten. In West-Europa werd het
christendom verspreid. Beiden geloven gingen bij het bekeren soms
gewelddadig te werk. In het begin van de middeleeuwen zag het er
naar uit dat de islam zich ook over Europa zou verspreiden. Spanje
en Portugal waren al ingenomen en de moslims waren al plunderend tot
aan Parijs gekomen. Onder Karel de Grote werd hun opmars echter tot
staan gebracht en de moslims zouden daarna niet meer proberen om de
Pyreneeën over te trekken. |
Hoewel de geloven aanvankelijk redelijk goed met elkaar omgingen kon een oorlog tussen de geloven uiteindelijk niet uitblijven. Beiden geloven hadden Jeruzalem als heilige stad. Toen de moslims, die de stad in hun bezit hadden, de christenen de toegang ontzegde, was dit het startsein voor een serie oorlogen die de geschiedenis zijn ingegaan als de kruistochten. In het begin van de middeleeuwen waren de ridders van Europa ongeletterde woestelingen die er plezier in hadden om met elkaar op de vuist te gaan. Overal waar ze kwamen lieten ze een spoor van verwoesting achter. |
Jeruzalem werd na de inname bijvoorbeeld volledig uitgemoord. Het contact met de moslims had grote gevolgen voor de Europeanen. Ze kwamen in contact met teksten en ideeën die door de vele oorlogen in Europa verloren waren gegaan. De kruistochten werden steeds kostbaarder en de kruisridders werden steeds verder teruggedreven. Uiteindelijk verloren de Europeanen de oorlog, maar ze herwonnen door hun contact met de moslims op den duur hun beschaving. Dit bleek al snel een belangrijkere prijs dan Jeruzalem. R |
![]() Een rivier van bloed stroomt uit de poort van Jeruzalem na de gewelddadige verovering. |