|
In
de middeleeuwen was de maatschappij verdeeld in 3 machten. De
geestelijke, de adel en de horige. De kerk zorgde voor de
geestelijke welzijn, de adel zorgde voor de veiligheid, en mochten
geen handel drijven omdat dit gezien werd als onwaardig in de ogen
van god. De horige, die samen ongeveer 90 procent van de bevolking
uitmaakte zorgde voor het voedsel. Een horige was iemand die aan een
landheer toebehoorde. De bevolking onderwierp zich min of meer
vrijwillig aan de landheren. Iemand die in het begin van de
middeleeuwen niet onder bescherming van de adel stond moest namelijk
vrezen voor zijn leven. |
De horige hadden meer rechten dan de slaven uit de Romeinse tijd. Zo mochten horige bezit hebben en hadden ze rechten, zoals bijvoorbeeld het recht op bescherming. Vergeleken met onze tijd hadden de horige ook veel vrije feestdagen. Hoewel ze weinig vrijheid hadden, en veel van wat ze produceerde aan hun landheer moesten afstaan, is het dus ook niet zo dat ze een ondragelijk zwaar leven leiden. Onderling mochten de horige handel drijven. Hierdoor wisten sommige genoeg bezit te vergaren om zichzelf los te maken van de landheer. Er ontstond een groeiende groep vrije burgers die zich vaak in steden ging vestigen. |
Naarmate de middeleeuwen vorderde nam de bevolking weer toe. De steden groeide, en door handel te drijven konden de stedelingen zelf bescherming inhuren. Stedelingen werden hierdoor onafhankelijk van de adel. Omdat de adel geen handel mocht drijven werden de verschillen tussen de rijkdom van de adel en de stedelingen steeds kleiner. Nadat de pest was uitgebroken, was er een groot te kort aan arbeiders. De lonen gingen omhoog, en omdat de steden inmiddels hogere lonen konden betalen, werd het voor de adel steeds moeilijker om aan hun oude levensstijl vast te houden. De adel was zijn macht kwijtgeraakt. |
![]() Door de pestepidemie raakte Europa ontvolkt. Hierdoor gingen de lonen omhoog en konden horigen zich gemakkelijker losmaken van hun leenheren. |
![]() De kerk zorgde voor de geestelijke welzijn van de bevolking. De angst voor de hel was groot tijdens de middeleeuwen. Zowel onder de adel als onder de horigen. R |